Ben ik wel een grotestadsmens? Dat was de vraag die mij, ontworteld in Groningen en opnieuw geplant in Amsterdam, regelmatig bezighield. De zoete inval van de zomer had de vraag naar de achtergrond verdreven. Maar met het komen van de herfst, winter en kerst drong de vraag zich andermaal op. En het antwoord begon zich langzaamaan in mijn hoofd te vormen.
gewoonboot
Gewoonboot (9)
Thursday, April 8th, 2010“Hebben jullie het een beetje warm?” was de vraag die tijdens onze eerste woonbootwinter met stip naar één schoot. Kwam het gesprek op de krakende, Oud-Hollandse winter, dan kwam het gesprek op hoe behaaglijk het nu eigenlijk was in onze schuit. Welnu, nogal behaaglijk. De boot is vrij enthousiast volgehangen met radiatoren, en in de badkamer hangt een jeugdige én enthousiaste cv-ketel die niet vies van werken is. En dus is het warm in de boot, ook al is het buiten koud.
Gewoonboot (8)
Monday, March 15th, 2010“M! We zijn los!” riep ik verschrikt. Ik deed de voordeur van onze woonboot open en zag de steiger die ons de afgelopen maanden zo trouw met het vasteland had verbonden in het water liggen. Op de vleugels van golven en wind begon onze boot zich langzaam maar zeker richting het midden van de Ringvaart te bewegen. Geen prettige gedachte, aangezien deze vaart dagelijks gefrequenteerd wordt door uit de kluiten gewassen vrachtschepen. Die remmen niet voor losgeraakte woonboten. Ik zag mezelf al dreggen naar mijn boekenkast.
Gewoonboot (7)
Saturday, February 13th, 2010Ook al werkten we allebei minstens vier dagen per week, dat permanente vakantiegevoel ontglipte ons maar zelden. Al om acht uur ’s ochtends een door de zon bloedheet gestookte steiger op struinen met één oog dichtgeknepen tegen vriend Zon. Tot 2 uur ’s nachts buiten praten en drinken. In je t-shirt. Ik denk dat we zeker zestig procent van de hele week buiten waren. En hoeveel moeizame overleggen, dwarsliggende printers en drukke dagen je ook had; even met je blote voeten in het gras deed wonderen.<\b>
Gewoonboot (6)
Thursday, January 7th, 2010Genoeg stof tot nadenken dus, daar op die woonboot in Amsterdam waar het mei was geworden en de zomer zich schuifelend aandiende. Steeds vaker werd duidelijk dat we op een prachtplek waren beland. Middenin de randstad, maar vrijwel geen lawaai. Wat sporadische vakantievluchten die diep brommend het nabij gelegen Schiphol naderen of verlaten, maar dat is het dan wel. Veel vogels, veel groen in een enorme tuin. ’s Ochtends krant en koffie op het einde van de stijger in de waterige lentezon. Meerkoeten bij wie de nieuwsgierigheid het vaak weet te winnen van de schichtigheid.