Vroeger, of eigenlijk niet eens zo héél vroeger, was de sterfdag van John Lennon ‘nogal een ding’ voor mij. Mijn muziekliefde werd, rijkelijk laat (ik was bijna 16) ontketent door Oasis, wiens voorliefde voor The Beatles ik integraal meebeleefde. Het begon met ‘de blauwe‘, een LP van mijn ouders die ik grijsdraaide. Dat hadden zij decennia eerder ook al gedaan, en als ik mijn vader mocht geloven draaide hij ‘Revolution‘ zo hard dat zijn vader dacht dat er een vliegtuig overvloog. Ik was nogal fanatiek in mijn liefde voor The Beatles; het zou zelfs kunnen dat ik een keer geprobeerd heb een kapsel te imiteren.
Maar het ging natuurlijk allemaal om de muziek. Here Comes The Sun, A Day In The Life, Something en Revolution waren mijn favorieten. Het door jaarlijstjes uitgewoonde Let It Be deed me weinig, Hey Jude duurde me te lang en Strawberry Fields Forever en ik konden nooit aan elkaar wennen.
Enfin, de sterfdag van John Lennon. Die is vandaag, 8 december. Als worstelende puber is je toevlucht zoeken in een icoon een prettige gewaarwording, en ik zocht toevlucht in John Lennon. En ieder jaar, op 8 december, ging ik, jawel, zeker een aantal jaar lang, en dit is iets waar M. nog steeds heel hard om moet lachen, in het zwart naar school. Zwarte broek, zwart shirt, en misschien zelfs een keer zwart haar. Ik kan er zelf inmiddels ook hartelijk om lachen. Kan me niet herinneren of klasgenoten me ook besmuikt lachend voorbij schuifelden. Mijn vrienden van toen, die hun leven ook op vrijwel religieuze wijze aan muziek hadden gewijd, waren natuurlijk vol begrip.
En nu zijn ruim tien jaar verder, en ik wat ouder en wijzer. Iconen doen me niet veel meer, behalve een zijdelingse beroepsmatige interesse. Voor mij is de sterfdag van John Lennon is allang niet meer een ding. Maar ik moest vanmorgen wel even aan bovenstaande geschiedenis denken. Toen ik las dat de moord misschien voorkomen had kunnen worden door Chapman’s Yoko-Ono-look-a-like-vrouw. Toen ik las over de evenementen die Lennon in Liverpool zullen herdenken. En toen Youtube me onderstaand filmpje aanraadde.
Want ook al zijn we tien jaar verder, ook al heb ik vandaag gewoon een roodwit overhemd aan en een blauwe spijkerbroek: het blijft stom. Idioot. Treurig ook. Voer voor wat-als..denken. Live Forever John.


. Mijn hart maakte een sprong. Dit was de oplossing. Ik boorde vanaf de top van de tak een gat, schuin naar beneden. Ik monteerde de plaatnippel direct boven het gat en liet het electriciteitsdraad door het gat lopen. Daarbovenop schroefde ik de fitting. Dit zag er sjiek uit, vond ik zelf.



Duitsland – Argentinië op Texel, zonder Jeroen Grueter
Gisteren was ik op Texel. Even weg van de drukte van alledag, die op zo’n eiland altijd mijlenver weg lijkt. Zoniet het WK voetbal natuurlijk, dat gaat ook op Texel gewoon door. In alle hoeken van de wereld worden de wedstrijden bekeken, dus ook op Texel. Vakantie is ontspanning, net als voetbal kijken.
Op Texel had Nederland een dag eerder dus ook gewoon van Brazilië gewonnen. Ik liep vanuit het centrum van De Koog via Camping Kogerstrand naar Kaapsnol, de kantine/bingohal/snackbar van de camping. In de duinen zag ik stille getuigen van de euforie van nog geen twintig uur geleden: een kapotgetrapte oranje strohoed in een duinpan, een leeggedronken blikje bier. Geheel volgens verwachting hing in kantine Kaapsnol een enorm scherm, met daarnaast een grote poster met de eerste twee coupletten van het Wilhelmus. Op het gebied van het Nederlands volkslied behoeven de campinggasten van Kogerstrand blijkbaar enige educatie. Welja.
Het was half vier. Vrijwel niets in de kantine verried de aanstaande kraker Duitsland – Argentinië. Behalve dan een paar zenuwachtig ijsberende Duiters. Traditioneel uitgedost in vuurrood gebakken strandhoofd en waterige bierogen. De beamer stond nog uit.
Ik ging zitten, bestelde een biertje en zag Tom Egbers en Toine van Peperstraten nog na-glunderen over de klinkende 2-1 van Nederland tegen Brazilië terwijl ze dus eigenlijk Duitsland – Argentinië moesten voorbeschouwen. En toen gebeurde het, zo’n vijf minuten voor de aftrap: de barman zapte naar de Duitse zender ARD. ‘Voor de Duitsers in de zaal’, legde hij uit. Die waren inderdaad in grote getale uitgerukt. Texel transformeert gedurende de zomermaanden sowieso tot een soort Klein Duitsland; onze Oosterburen dragen het eiland dan letterlijk op handen.
Maar is die enorme economische impuls die Heinrich en consorten Texel ‘jeden Sommer wieder’ geven, nu echt voldoende reden om ze de voetbalwedstrijden van hun Mannschaft in de eigen taal voor te schotelen. Schieten we hier niet veel te ver door in onze tolerantie? Een Nederlandse camping, op een Nederlands eiland; de Duiters mogen blij zijn dat ze de wedstrijd live kunnen zien. Ik zag mezelf al stiekem gniffelen om een paar anti-Duitse sneren van unser Jeroen Grueter, maar die vlieger ging dus mooi niet op.
Volgens mij moet je flink zoeken, wil je in het buitenland en al helemáál in het doorgaans behoorlijk chauvinistische Duitsland de halve finale Nederland – Uruguay met Nederlands commentaar kunnen zien.
Conclusie: we zijn een beetje doorgeschoten in onze tolerantie. Dit soort gekke handreikingen zijn olie op het vuur van de onderbuiksentimenten waarmee partijen als de PVV groot geworden zijn.