Gewoonboot (8)

“M! We zijn los!” riep ik verschrikt. Ik deed de voordeur van onze woonboot open en zag de steiger die ons de afgelopen maanden zo trouw met het vasteland had verbonden in het water liggen. Op de vleugels van golven en wind begon onze boot zich langzaam maar zeker richting het midden van de Ringvaart te bewegen. Geen prettige gedachte, aangezien deze vaart dagelijks gefrequenteerd wordt door uit de kluiten gewassen vrachtschepen. Die remmen niet voor losgeraakte woonboten. Ik zag mezelf al dreggen naar mijn boekenkast.

Woonboot

Kleinduimpje
We waren dus los. Voor de oorzaak van dit onfortuinlijke incident moeten we een paar dagen terug in de tijd. Terwijl M. en ik nietsvermoedend in Groningen zaten te zuipen, had de boot van onze naaste buurman het op een lopen gezet. We hebben het hier over een bakbeest van een woonschip, compleet met betonnen kelder. De buurman bleek het vastleggen van zijn boot nogal losjes te hebben opgevat. Zijn buren hadden, toen zij op een tot dan toe vrij saaie zondag uit het raam keken, de boot dwars op de Ringvaart aangetroffen. Zoals het een goede buur betaamt trokken zij de boot met vereende krachten weer knus tegen de wal. Kort daarna moet er in hun hoofden het lumineuze idee zijn opgeborreld om de gigantische, vele tonnen wegende boot te verankeren aan die van ons. Het kleinduimpje van de dijk dat siddert bij elk zuchtje wind. Een episch falen van welhaast olympische proporties.

Toen wij, nog maar net bekomen van het Gronings drinkgelag, onze boot vastgebonden aan zijn potige buurman aantroffen, dachten wij niets. De gevolgen van een dergelijke verbinding bleven vaag. Het is wellicht verstandig om hier, voordat we verder gaan met dit nautische slapstick-moment, een kleine voorgeschiedenis te geven.

Liefdevol tikje
Vrij kort nadat wij onze intrek in de woonboot namen, vertrok onze huisbaas annex buurman naar zijn tweede huis in Australië. Om de koude Nederlandse winter uit te zitten en te klussen in zijn huis aldaar. Daardoor was er voor hem weinig tijd om ons in te wijden in de wereld van het leven op een woonboot. Wat normaal was, en wat niet. Wat erbij hoorde, en waar wat aan moest gebeuren. Wij wisten dus weinig en vonden veel normaal.

Als er een vrachtschip langskwam, kwam zijn boot langzaam in beweging. Zo’n vrachtschip verplaatst een ontzaglijke hoeveelheid water en bij de krachten die daarbij vrijkomen past enkel nederigheid. Heel zachtjes bewoon zijn boot richting de onze en gaf een zacht, bijna liefdevol tikje. Een schilderijtje heen en weer, een dof klapje, maar verder weinig bijzonders. Dat tikje werd echter steeds harder. Nog steeds niet hard genoeg om je echt zorgen te maken, maar met de kennis van nu hadden we ongetwijfeld direct actie ondernomen. Na het geven van het tikje bewoog het bakbeest zich weer richting zijn oude plek. Niets aan de hand. Dachten wij.

Tuinslang
Terug naar het nautische slapstick-moment. Nu de boten door middel van een paar spanbandjes aan elkaar verbonden waren, kreeg het ‘liefdevolle tikje’ ineens een heel ander karakter. Bij de terugtrekkende beweging ná het tikje, trok de boot onze boot mee . Met alle gevolgen van dien. Steiger in het water en blinde paniek. M. bedacht zich geen moment, hink-stap-sprong over de rap zinkende steiger richting de wal en wierp me toe wat ze het eerst voorhanden had: een tuinslang. Daar stonden we. Maandagochtend, iets na achten. Ik in de deuropening van een op drift geraakte woonboot, tuinslang stevig in handen. Zij aan de wal, slaap in de ogen, tuinslang stevig in handen.

Het is ons uiteindelijk gelukt de boot weer op zijn plek te krijgen. Én de steiger. De weken daarna sliep ik, tot de terugkeer van buurman uit Australië, vaak met een half oog open. Wachtend op weer een ‘liefdevol tikje.’ Het gebeurde nog vaak dat ik ’s ochtends vloekend mijn bed uit moest omdat het bakbeest weer ramkoers had gezet richting onze boot. Even een spanbandje aansjorren was voldoende, maar leuk is anders.

Na terugkomst verankerde de buurman zijn boot met stevige, metalen beugels. Kan niets meer gebeuren. Maar tijdens het – en dat doen ze soms best hard – voorbijvaren van een vrachtschip kijk ik niet zelden bezorgd uit het raam. Ik zie tussen wal en schip het water weglopen. Er kraakt een spanband, de boot van de buurman vecht in zijn beugels. Geen klap. Gelukkig.

Tags: , , , , , ,

1 reactie to “Gewoonboot (8)”

  1. Vincent says:

    Damn, wat een spanning! Vooral de tag “doodeng” bij deze post vind ik erg geslaagd ;) Top stukje!

Laat een reactie achter