Het zijn de stille werkpaarden van de rock ‘n roll: tourbussen. Nu kunnen bussen niet praten, wat het makkelijk maakt hen het stempel ’stil’ op te plakken, en zijn ze soms vanwege ernstige motorische tekortkomingen allesbehalve stil, maar het blijft een mooi beeld. De Mercedes Sprinters, de Iveco Daily’s en voor de grotere goden de Greyhounds: stille werkpaarden van de rock ‘n roll.
Jaarlijks schieten, vrij naar Guus Meeuwis, kilometers asfalt onder hen door. Over heel de wereld reizen dagelijks duizenden bandjes, singer-songwriters en andere artiesten van podium naar podium. Daarin vertrouwen ze op hun trouwe metgezel, de tourbus, niet zelden volgeladen tot vér boven het aantal toegestane kilometers. Het beeld van ‘de band in de tourbus’ spreekt al jaren tot de verbeelding. Van het kleine, veel te krappe busje waarin de beginnende band – opgevouwen op de achterbank – hortend en stotend de eerste stappen richting wereldheerschappij doet, tot de veels te grote Greyhound – uitgerust met spelcomputer, pingpongtafel en jacuzzi – waarin de Groten der Aarde de arena’s afwerken.
Er gaat ook nogal eens iets mis met tourbussen. Ze krijgen ongelukken, ze vliegen in brand, ze worden in beslag genomen, of ze worden – compleet met het complete instrumentarium – gejat. De verhalen daarover zijn legio, en een korte zoektocht op Google levert sterke verhalen op van Spinvis, Milow, Miley Cyrus, Veldhuis & Kemper, No Doubt, Doe Maar, Hit Me TV, The Tunes, The Dears en El Pino & The Volunteers. En dat zijn nog enkel de verhalen die de pers haalden. Het kan bijna niet anders dan dat elke band zijn eigen tourbusverhaal heeft.
Die alomtegenwoordigheid van de tourbus in gedachten genomen, is het opvallend hoe weinig aandacht de trouwe dibbes krijgt in de muziek van zijn passagiers. Soms komt de tourbus terloops voorbij, zoals in Jackson Browne’s prachtige ‘The Load Out/Stay’, en de punkband Pulley droeg hun album Matters op aan hun tourbus, maar daar is het in 60 jaar rock ‘n rollgeschiedenis wel bij gebleven. Je zou denken dat de busperikelen méér inspiratie bieden dan dat.
Tot nu toe niet, maar gelukkig druppelt er zo af en toe iets door. Zo schreef Danny George Wilson, voorheen voorman van de band Grand Drive, het nummer Henry The Van. Het staat op de debuutplaat van zijn nieuwe band, Danny and The Champions of the World: Streets Of Our Time. Henry is de tourbus van Danny, en Henry is niet meer. Het is een droevig liedje voor hem, biecht Wilson op wanneer hij het nummer live speelt.
Het afscheid van Henry komt voor Wilson onverwacht, zoals een afscheid dat altijd komt. “Henry, is this the end of the road?” vraagt hij vertwijfeld. Natuurlijk, na Henry zal er een nieuwe bus (moeten) komen, maar het zal nooit meer hetzelfde zijn. Ze zijn hetzelfde, Danny en Henry, zingt hij: “maybe we’re both getting old”. Danny mijmert over vroeger, toen ze nog “keepers of the dream” waren. Natuurlijk, hij zou Henry kunnen proberen te maken. Maar, richt hij zich tot wijlen zijn bus: “you were built for better things.”
Henry The Van is wat mij betreft de mooiste ode aan een tourbus ooit. Toegegeven, dat is makkelijk wanneer nummers over tourbussen zo dun gezaaid zijn. Maar daar kan Henry weinig aan doen.
Wil je het nummer beluisteren? Klik dan hieronder op play:
Audio clip: Adobe Flash Player (version 9 or above) is required to play this audio clip. Download the latest version here. You also need to have JavaScript enabled in your browser.
Bekijk hier een live-uitvoering van het nummer:
Tags: rock n roll, toerbus, tourbus