Gewoonboot (7)

Einde Gewoonboot (6): Het werd een memorabele avond. Met vrienden uit Groningen, Friesland, België en Amsterdam die ons nieuwe thuis definitief als thuis inwijdden. Amsterdam verkleinde zich die avond tot proporties nét iets groter dan onze tuin. Grotestadsmens, schmotestadsmens. Hier was ons eigen eiland, onze eigen minimetropool.

En zo ging het eigenlijk de hele zomer door. William Carlos Williams dichtte ooit: ‘In summer, the songs sing themselves.’ Zo was het maar net. Wennen aan Amsterdam was niet makkelijk, maar nu wierpen M. en ik ons dankbaar in de zwoele armen van de zomer. De tuin explodeerde, waar deze tot voor kort nog een soort geplette composthoop was met resten van het weelderige kastanjegroen van de zomer van 2008. Dat je middenin de randstad zo’n gevoel van ‘buiten wonen’ kon hebben, hadden we niet verwacht. Dit was ons soort leven. Als een altijd sikkeneurige bibliotheekjuffrouw die nu ineens haar allermooiste glimlach opzette, zo slaagde Amsterdam erin ons te verrassen.

Ook al werkten we allebei minstens vier dagen per week, dat permanente vakantiegevoel ontglipte ons maar zelden. Al om acht uur ’s ochtends een door de zon bloedheet gestookte steiger op struinen met één oog dichtgeknepen tegen vriend Zon. Tot 2 uur ’s nachts buiten praten en drinken. In je t-shirt. Ik denk dat we zeker zestig procent van de hele week buiten waren. En hoeveel moeizame vergaderingen, dwars liggende printers en drukke dagen je ook had; even met je blote voeten in het gras deed wonderen.

Dobber!

Inmiddels waren we met zijn drieën, want eind juni haalden we Dobber op uit het asiel. Elke boot heeft een scheepshond nodig zullen we maar zeggen, en Dobber werd de onze. Zoals zoveel asieldieren kwam ook Dobber met een ‘rugzakje’ (…). Vanwege zijn nogal onstuimige karakter was hij regelmatig geretourneerd aan het asiel door baasjes die daar toch niet zo goed mee om konden gaan. En dus was de rugzak van Dobber gevuld met een beetje verlatingsangst, wat machogedrag en een grote bek. Desalniettemin werd snel duidelijk dat Dobber ook een ontzettend zacht ei was. Een knuffelkont, een levensgenieter. Kortom, uitermate geschikt om in te voegen in Het Goede Leven Op De Woonboot. En ja hoor, elke week werd zijn rugzak ietsje leger.

Drinkend, dommelend en rozig zagen we de zomer aan ons voorbij trekken. Dat het binnen een paar weken weer ietsje frisser zou worden, daar dachten we nog maar even niet aan. Als er een blad uit de kastanje viel, was dat vast omdat de boom toch al best oud was. En die vogel richting het zuiden was vast de weg kwijt.

Tags: , , , , , , ,

Laat een reactie achter