Supersub – Fly Pilot Fly

Moke. Nico Dijkshoorn heeft waarschijnlijk gelijk als hij zegt dat de pakken van de heren muzikanten perfect zijn afgestemd op de akkoordenschema’s van hun arrogante pretentie-britpop. Wat niet veel mensen weten, is dat zanger Felix Maginn enkel nog mosterd na de maaltijd serveert. Hij geeft het zout door, maar het ei is al op. Zijn finest hour beleefde hij al in 1999, met de plaat Fly Pilot Fly van zijn toenmalige band Supersub.

http://www.musicmeter.nl/images/covers/7000/7627.jpgBergen cocaïne
Supersub (uit Amsterdam) debuteerde in 1997 met Window Shopping, een album zwaar op de britpopleest geschoeid. En dat terwijl iedereen het er inmiddels over eens was dat het met de britpop over was. Peetvaders Oasis hadden het genre vermoord en begraven met het megalomane en doorgesnoven Be Here Now. Een album dat, ook naar eigen zeggen, te midden van bergen cocaïne en hevige broedertwisten ontstond. De britpop had haar onschuld verloren, de britpop was dood.

Niet als het aan Supersub lag. Window Shopping klonk Britser dan de meeste Britten dat toen nog klaarspeelden. IJzersterke liedjes met een sterk Angelsaksische signatuur. De uitgelaten vrolijkheid die de Britse hitlijsten in de zomer van 1996 had overspoeld kreeg met Window Shopping Amsterdams staartje.

Rood kartonnen doosje
Tweede plaat Fly Pilot Fly (1999) overtrof het toch al sterke Window Shopping op alle fronten. Gitaarpop van een ijzingwekkend hoog niveau. Er is ontzettend slim naar de Britse groten geluisterd en Maginn heeft dat, niet in de laatste plaats in samenwerking met multitalent JB Meijers, in een geheel eigen vorm weten te gieten.

Ik draaide hem grijs. Eind januari 1999 toog ik naar de plaatselijke platenboer om de cd te kopen. Of, platenboer; in mijn toenmalige woonplaats waren de platen veroordeeld tot een troosteloos rekje rondom de ingang van de vestiging van electronica-wijsneuzen Expert. Een kleine veertig gulden lichter en een gefronst voorhoofd van de caissière later stond ik buiten met een rood kartonnen doosje. Window Shopping had ik twee jaar eerder gekocht op Pinkpop en donkergrijs gedraaid. Als je op je tenen ging staan en heel goed keek, kon je nog net de toppen van mijn verwachtingen zien. Hoog man, zo hoog.

http://images.vpro.nl/images/65754+s(468)Hoogmoed zonder val
Ze stelden niet teleur. Vanaf opener Faith tot afsluiter Sun Don’t Shine werd ik overspoeld met ‘pure britpop bliss’, zoals de Engelsen dat zo mooi zeggen. Datzelfde Faith begon met een sitar. En waar een sitar zoveel Britse evenknieën verdronk in de ambities van hun tweede album – verdieping, d’youknowwhattimean? – schikte de Indische oppergitaar zich hier in dienst van het liedje. Een briljant popnummer, met het vet eraf gesneden en gepeperd met een gouden melodie.

Direct daarna het watervlugge Pads, waarop ineens bliepjes van stal werden gehaald. Nog steeds geen verveling, en alweer een platinum melodie. Er volgden pianoballades, uitgesponnen epische popnummers en minstens twee uitgesproken hits. Authentieke gitaarpop waar de Britishness vanaf droop. Hoogmoed zonder val.

Commercieel deed Fly Pilot Fly hélemaal niets. Nakkes nada. Maar ik durf de stelling aan dat de plaat behoort tot de tien beste ooit in Nederland gemaakt. Tomeloze ambitie gecombineerd met pienter vakmanschap en ijzersterke songs.
Jammer genoeg bleek het ook een zwanenzang; Meijers verliet de band en na nog één halfzacht album gaf de rest van de band er ook de brui aan. De rest is geschiedenis. Ik keek reikhalzend uit naar wat Maginn verder ging doen, maar het werd het onbeholpen Moke. Jammer. Dat een man die zo’n prachtig liedje als Kings uit zijn pen precies tien jaar later zo’n gedrocht als The Long And Dangerous Sea uit zijn pen krijgt, blijft me een raadsel. Ik houd me voor eeuwig vast aan zijn finest moment, Fly Pilot Fly.

Tags: , , , , , ,

Laat een reactie achter